Zelfstandige? De voor- en nadelen van een vruchtgebruikconstructie voor uw woning/kantoor.

Het gezegde dat een Belg is geboren met een baksteen in zijn maag doet wel vaker de ronde. En dit gezegde is meer dan waar: denk maar aan de vele dichtbebouwde steden in ons kleine landje. Maar heeft een reeds een gezinswoning en bent u tegelijkertijd een zelfstandige die op zoek is naar een kantoor? Denk dan eens aan een gesplitste aankoop, aan bepaald aan een vruchtgebruikconstructie.

Een gesplitste aankoop toegelicht

Een woning kopen, waarvan een deel zal worden gewijd aan je praktijk of kantoor, dat klinkt goed. Het klinkt niet alleen goed, het biedt ook een tal van voordelen, dewelke de fiscus niet meer kan verwerpen.

thuiskantoorDe vruchtgebruikconstructie bestaat erin dat de zelfstandige het vruchtgebruik koop voor een bepaalde periode. Je koopt met andere woorden de blote eigendom van het gebouw in kwestie. Gedurende de looptijd van het vruchtgebruik kan je bedrijf op deze manier genieten van het onroerend goed, terwijl het gebouw evenwel als volwaardige woonst dienst doet.

Loopt de looptijd van het vruchtgebruik ten einde? Dan geniet je ten volle van je eigendom, alsof je deze nooit voor zelfstandige doeleinden hebt benut. In andere woorden gezegd, wordt je dus volle eigenaar van het pand, zonder dat je daar in principe enige kosten en belastingen voor moet zullen betalen.

Vruchtgebruikconstructie: de voor- en nadelen opgesomd

De voordelen voor dergelijke constructie zijn zeker het overwegen waard, maar weet ook dat er zoals aan alles eveneens nadelen aan verbonden zijn. Laat ons beginnen met de voordelen. Eerst en vooral worden zowel de aankoop als de bijkomende kosten van het pand in kwestie grotendeels gefinancierd door je bedrijf.

Lees verder

De nieuwe ontslagregeling voor bedienden en arbeiders even uitgelegd…

Het Belgisch Staatsblad is op 31 december 2013 getuige geworden van de Wet van 26 december 2013, dewelke de invoering van het veelbesproken eenheidsstatuut tussen bedienden en arbeiders betreffende de ontslagregeling bevat.

Deze bewuste wet betreft een ontslagregeling uniform voor alle werknemers die genieten van de ontslagregels van de Arbeidsovereenkomstwet, ongeacht of ze arbeider of bediende zijn en ongeacht of ze ontslagen worden of beslissen zelf ontslag te nemen. De invoering hiervan maakt dat de Arbeidsovereenkomst grondig verandert: niet alleen maakt het komaf met de van elkaar verschillende opzeggingstermijnen voor bedienden en arbeiders, maar de hogere en lagere bedienden worden bovendien vanaf nu op gelijke basis behandeld. Wat dus ook de sector moge zijn en ongeacht het een arbeider of een bediende betreft, de uiteenlopende opzeggingstermijnen worden voor goed van de baan geschoven.

Deze ontslagregeling bestaat uit drie fases. De eerste fase omvat de eerste vijf werkjaren van de werknemer in kwestie. Hierin verwerft deze namelijk geleidelijk aan een opzeggingstermijn. Na het eerste werkjaar verkrijgt hij namelijk reeds 7 weken opzeggingstermijn, na twee jaar een van elf weken en vanaf het derde tot het vijfde jaar anciënniteit verwerft hij het recht op jaarbasis en na verloop van de vijf jaar werktijd verkrijgt hij zo vijftien weken aan opzeggingstermijn.

Lees verder